naah.punt.nl
Willeke Alberti
Willeke Alberti
 
Het was herfst en er was voor de gelegenheid een varken aan een spit geregen. Het hing een beetje te zweten boven een berg gloeiende kooltjes. Eromheen stonden drie dikke Denen. ‘Je bent pas een man als je wit onder je borsten hebt’, beweerde er eentje. Hij had een baard en was nog iets dikker dan P. P had andere dingen aan zijn hoofd. Hij was aan het knutselen aan de stalen constructie die hij net gebouwd had om het spit in te hangen. Misschien is hij er nog op teruggekomen toen ik al naar bed was en de dikke Denen samen met nog een paar dunne de vier flessen Arrenbitter, een goedje dat bijna verdampt van de alcohol als het wordt ingeschonken, aan het leegdrinken waren, maar de ernst van de situatie is er aardig mee weergegeven. Er waren Vikingen. En niet van die kleintjes ook.
 
Het feestje was Scandinavisch, en behalve Denen werden er ook Noren, Zweden en een halve Fin gesignaleerd. ‘Grisefest’ is kennelijk een populair feest want in geen tijd zat de tuin vol en werd het varken door de dikste Deen, die eerder die dag al zonder te blikken of blozen de ingewanden had verwijderd, keurig gefileerd en in vriendelijke plakjes opgediend.
 
Ik concentreerde me intussen even op de Noorse homo’s. Er was er net eentje in paniek omdat hij ontdekte dat hij de cd die opstond, met de Deense vertaling van ‘Raindrops keep falling on my head’ en ook Deense schlagers, niet in zijn bezit had. ‘Misschien ben ik toch niet homo,’ zei hij vertwijfeld. Hij zou het meenemen naar zijn therapeut. Hij draaide zich naar mij toe. ‘Ken je Willeke Alberti,’ vroeg hij toen.
 
Noren komen misschien uit een koud gebied, maar ze hebben een immense capaciteit om je te verwarmen met verrassende verhalen. Zo ken ik een Noor die midden in een Noorse winter een hagedis op zijn muur zag zitten, in het holst van de nacht, zich daar verder geen vragen bij stelde maar concludeerde ‘die hoort hier niet’ en vervolgens, groggy van de slaap, een sok pakte, een emmer en een open raam en met die combinatie de hagedis van de muur beneden op de koude stoep wist te krijgen. Nooit meer een Noors woord aan vuil gemaakt.
 
Maar dit verhaal was nog niks vergeleken bij de Noor die naast me zat.
 
Een Noor met Fins bloed uit Oslo, die nog nooit eerder in Nederland was geweest, en geen Nederlandse verwanten of vrienden had, behalve dan de Noorse dominee die ook in Rotterdam woont en die niet eens Nederlands spreekt. Ik verzekerde hem dat hij heel, heel zeker homo was als hij Willeke Alberti kende. Wim Sonneveld kende hij ook. En ‘gebabbel’, gezongen door opperrelnicht Paul de Leeuw. Toen hij vervolgens ‘Telkens weer’ inzette, en daarbij Karin Bloemens versie roemde, zag ik me genoodzaakt een fles arrenbitter open te schroeven en aan de lippen te zetten. Echt Scandinavisch werd het vanavond toch niet meer.

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl