naah.punt.nl
NRC

NRC
 
Voor wie het stuk in Leven Etc. heeft gemist, of voor wie het juist wel heeft gelezen, maar de langere versie ook nog wil zien.

48 uur onder Palestijnen
 
In de Zwitserse toestel van Austrian Airlines hangt bij de ingang een zilveren kruis. Erlangs lopen Joods-orthodoxe, zacht biddende dames. Sommige zijn kaalgeschoren met een tulband of hoofddoek, anderen dragen een pruik over het eigen haar. Dan veel zwart – mannen met een middeleeuwse uitstraling komen binnen, met hoeden, baarden, lange jassen en pijpenkrullen. Allemaal zwart. Een van hen begint de vrouwen in het vliegtuig vriendelijk te reorganiseren. ‘Als u nou daar gaat zitten, kan deze mevrouw hier en kunnen wij drieën naast elkaar. Mijn geloof verbiedt me naast een vrouw te zitten, begrijpt u?’ Mokkend zet een aantal dames een warrige stoelendans in. De stewardessen kijken toe alsof ze het al honderd keer gezien hebben.
 
 Als je de grootste contrasten in de wereld van dichtbij wilt zien, ga je naar Israël. In Oost-Jeruzalem liggen de heiligste plaatsen van zowel Arabieren, Christenen en Joden op nog geen steenworp afstand van elkaar: de Al-Aqsa moskee, waar Mohammed volgens de Islamitische overlevering ten hemel steeg en de klaagmuur, waar de Joden sinds de zevende eeuw de ondergang van de tempel bewenen. Je kunt er naartoe lopen door de Via Dolorosa, de weg die Jezus met kruis afliep van de plaats van zijn veroordeling tot Golgota. In sommige straten een mix van hoofddoeken, pruiken, damestulbanden en westerse kapsels, in andere uitsluitend pijpenkrullen en zedig bedekt haar. Bij clubs en restaurants staat gewapende beveiliging, binnen overheerst vrolijkheid en lijkt er geen vuiltje aan de lucht.
 
 Ondanks de ellende in de Gaza-strook, is het relatief rustig in de Palestijnse gebieden daarbuiten. In de oude stad van Jeruzalem worden zelfs weer Israëlische bezoekers gesignaleerd, hoewel het over het algemeen slecht gesteld is met het toerisme. Dat betekent wel dat het rustig is bij de heilige grafkerk, dat je de prevelende gelovigen bij de klaagmuur ziet zitten zonder dat daar honderden toeschouwers doorheen krioelen, en dat de nauwe steegjes naar de tempelberg wel vol zijn, maar niet claustrofobisch druk. Net voor de zomer is de beste tijd van het jaar om te gaan. De hemel is meestal strakblauw, de temperatuur zo’n 25 graden. In juli of augustus wordt het te heet.
 
 Als het even kan, logeer dan in Oost-Jeruzalem in het 165 jaar oude American Colony Hotel, ooit gesticht door de grootvader van sir Peter Ustinov, op 10 minuten lopen van de oude stad. Er is een binnenterras met een zee van bloemen, een paleisatmosfeer en sprookjesachtige, ruime kamers met overal Arabische motieven. De bediening is grotendeels Arabisch, de bezoekers zeer uiteenlopend – van rijke Israëliërs tot buitenlandse journalisten en diplomaten. We komen nog een ‘mediator’ tegen van een Britse NGO op weg naar Gaza, die nog even van de ‘oase’ wil genieten. Toegegeven, het is prijzig – vanaf 325 dollar – maar alleen theedrinken in de binnentuin kan natuurlijk ook, of anders misschien een virtuele tour maken op de website. Maar er zijn ook genoeg hotels voor een zeer schappelijke prijs – zoals het Capitol hotel op 2 minuten afstand van de oude stad, of het Armeense Christelijke Hospice, binnen de muren, allebei rond de 60 euro voor een kamer.
 
 In Jeruzalem heeft elke steen, nee, elke voeg tussen elke twee stenen haar verhaal, in recente of eeuwenoude geschiedenis. Begin het best met de eeuwenoude, en loop door de nauwe steegjes van de Via Dolorosa naar de heilige grafkerk. Je kunt aan het begin van de route ook een kruis huren om zelf mee te dragen, als je het zonder te eenvoudig vindt. Onderweg kom je jonge Arabieren tegen die de route snel terugrennen, soms met wel drie kruizen op hun nek. De steegjes zijn druk en benauwd, met aan weerszijden toeristische winkeltjes met – opvallend – niet erg opdringerige verkopers. Misschien zijn ze wat gelaten door het gebrek aan toeristen. Wat ons helemaal opvalt als twee vrouwen alleen, waarvan één blond, is dat we nauwelijks worden lastig gevallen. We worden alleen een keer aangesproken op onze schoonheid, wat we niet zo erg vinden. Shockerender is de enorme Joodse vlag we middenin het Arabische deel van de stad tegenkomen. Een Israëliër blijkt hier brutaalweg te zijn gaan wonen, en heeft uit voorzorg een politiepost voor de deur. Ook Sharon had overigens een pied-a-terre in de oude stad, wat nu leeg staat.
 
 In de straten pelgrims. We horen Russisch, Engels, Hebreeuws en Oostenrijks. In de kerken op de route zitten huilende, of zwijgend starende bezoekers. Naarmate de Heilig Grafkerk dichterbij komt, wordt de sfeer voelbaar anders. Ondanks de chaos lijkt er meer ruimte te ontstaan en een serener atmosfeer, waaroor ik me opeens in kan leven in de psychose die sommige mensen krijgen van al die heiligheid om zich heen.
 
 Bij het graf van Jezus gedrang. Gelovigen raken het in devotie aan, liggen erop te huilen. De meeste knielen neer en leggen hun hoofd en handen op de steen, of vegen kleding eroverheen om misschien een molecuul Goddelijk stof mee te nemen. De kerk zelf is indrukwekkend, met een bijzonder, goddelijk licht dat door de koepel op de tombe valt, en nog vele zalen en gangen onder de grond.
 
 In een paar minuten lopen ben je dan bij de Al-Aqsa moskee, die op sommige dagen voor 10.30 uur te bezichtigen schijnt, maar we komen er niet helemaal achter wanneer. Nog geen 20 meter verder de klaagmuur. Mannen en vrouwen zitten gescheiden op plastic tuinstoelen naar de muur gekeerd te bidden. Honderden briefjes steken uit de stenen. Bij een bibliotheekkarretje kun je een Thora lenen zodat je je eigen exemplaar niet hoeft mee te sjouwen. Het mannendeel is overigens veel groter dan het vrouwendeel, stellen we verontwaardigd vast.
 
 Vlakbij de heiligdommen heb je bij Abu Shukri de beste humus van Israel. In een aangenaam rommelig tentje in een van de nauwe steegjes wordt voor nog geen 100 shekel (20 euro) een chaos van bordjes met humus, salade en pide op tafel gezet, genoeg voor drie en misschien wel vier personen. De humus is goddelijk, net als de stem van de ober overigens, die in zichzelf zingend voorbij komt. Je kunt in Jeruzalem overigens ook heel goed hip en trendy eten. Bijvoorbeeld in tapas bar Sol, waar we bijzonder uit de kluiten gewassen tapas eten, of het populaire The Colony, een tot club/restaurant omgebouwd treinstation. Vlak bij het tapasrestaurant zitten verschillende veelbelovend uitziende bars, waaronder bar Open, maar misschien was dat toch niet de naam.
 
 West-Jeruzalem ligt volkomen stil op zaterdag - op sjabbat worden zestig straten afgesloten. Aan het begin van het religieuze kwartier hangt een groot bord: of de vrouwen zich alstublieft netjes willen kleden en de armen bedekken, en shalom. Onze kennis, die al 25 jaar in Jeruzalem woont, vertelt dat overal inventieve bedrijfjes opgezet worden om uitvindingen te doen die het mogelijk maken zonder gebruik van stroom of vuur – niet toegestaan op sjabbat - de dagelijkse dingen te kunnen doen, zoals kookgerei dat automatisch op tijd aanslaat.
 
 Misschien zijn het indrukwekkendst aan Jeruzalem wel de verhalen van Palestijnen. De barman die nog nooit in het vlakbij gelegen Ramallah geweest is, maar er wel familie heeft wonen. Of de vriend van onze kennis, die zijn ouders al vijf jaar niet heeft kunnen bezoeken door de strenge Israëlische controles. Maar ook de razzia’s bij de toegangsweg naar in Jeruzalem, waarbij jongens die gewerkt hebben in Israël maar niet over de juiste papieren beschikken, zonder pardon een paar dagen opgesloten worden. De jongen die we spreken, en die vandaag om maar wat te verdienen een Israëlische tuin aangeharkt heeft, is gelaten onder zijn arrestatie. Ook de Israëlische politieagenten doen hun werk bijna gemoedelijk. Bijna niet te bevatten is het lot van Palestijnen die naast een zich uitbreidende Israëlische nederzetting wonen, en zich opeens afgesneden zien van hun buren of hun eigen land, als ze hun land al niet gewoon  verliezen aan de bezetter. Want de nederzettingen breiden zich wijksgewijs uit alsof er geen vuiltje aan de lucht is, en met een tempo dat binnen een paar jaar verschillende nederzettingen met elkaar zal verbinden, en het Palestijnen dus moeilijker zal maken zich door hun eigen land te bewegen.
 
 Vijftien kilometer ten noorden van Jeruzalem ligt Ramallah. Ramallah is de zetel van het Palestijnse parlement, en ook de belangrijkste Palestijnse universiteit is hier gevestigd. Arafat werd er in 2004 begraven. De stad bereiken vergt enige moed - de weg ernaartoe wordt gebruikt door Joodse kolonisten. Heel soms wordt een auto beschoten. Je kunt natuurlijk het zekere voor het onzekere nemen en een pantservoertuig huren bij een particulier bedrijfje, maar je kunt ook gewoon met een Israëlische taxi tot aan de grensovergang, en daar overstappen op de Palestijnse taxi naar Ramallah. Reizen per taxi kent geen bijzonder risico. Ramallah zelf is een warm bad van gastvrijheid. Bij elke groentekraam, in elke winkel lijken mensen oprecht blij te zijn dat buitenlanders interesse hebben in hun situatie. ‘Welcome!’ klinkt het van alle kanten. Een handje rauwe pinda’s wordt in onze hand gedrukt, en een piepklein groen appeltje. Mensen schuiven hun kinderen naar voren om te poseren op onze foto’s. Op de terugweg van de markt eten we heerlijke broodjes bij het Italiaanse Pronto Resto-Café, niet ver van het Manaraplein.
 
 Het graf van Arafat ligt naast de Muqata'a, het gebouw waar hij de laatste jaren van zijn leven vastzat en door de Israëliërs werd belegerd. Als we naar het graf lopen, haast een soldaat zich om op wacht te gaan staan. De stad ziet er vergeleken bij Jeruzalem haveloos uit, maar heeft toch een prettige, vriendelijke sfeer.
 
 Shoppen doe je natuurlijk in de steegjes van de oude stad van Jeruzalem. Westers shoppen in enorme winkelcentra kan ook – neem dan shoppingmall Malga, vlak bij het stadion. Koop in Jeruzalem nog wel even de prachtige poster Visit Palestine, een oude reclame van het Israël voor de onafhankelijkheid. En als je dan onderweg bent, loop dan ook even een drogisterij binnen voor wat schoonheidproducten met zout uit de dode zee – het moet echt helpen tegen allerhande huidproblemen en is goed voor de vochthuishouding. Als er nog tijd is, rij je trouwens in een uur naar de dode zee en ga je niet alleen drijven in het mineraalrijke water, maar neem je meteen een modderbad in de zware, donkere modder.
 
 In Jeruzalem mag je natuurlijk het Yad Vashem holocaust museum eigenlijk niet missen, al heb je daar wel een dag voor nodig en hebben wij bij gebrek daaraan onze laatste uren door de oude stad rondgelopen.
 
 Er is van de Palestijnse gebieden overigens gewoon een toeristische folder verkrijgbaar, This Week In Palestine, met artikelen over Palestijnse kunst, een culturele agenda en alle restaurants en overnachtingsmogelijkheden. Gratis in restaurants en winkels.
 
 Boek vandaag nog een ticket naar Tel Aviv. Het kan al rechtstreeks vanaf  373 inclusief belasting bij KLM. Nog goedkoper is Austrian Airlines, met overstap in Wenen. Door zowel Israëlische als Palestijnse gebieden te bekijken ervaar je aan den lijve waar dit conflict werkelijk om gaat. En bekijk dan meteen al die historische heiligdommen die u gezien moet hebben. Er zijn weinig toeristen, en tot juli - augustus is het heerlijk weer daar. De dreiging van een aanslag is gering –  BuZa adviseert alleen weg te blijven van drukbezochte plaatsen en geeft geen negatief reisadvies voor Israël. Houd overigens wel rekening met een zeer uitgebreide ondervraging bij het verlaten van Israël – vooral jonge vrouwen zijn verdacht, want die kunnen immers met de vijand slapen en eventueel kado’tjes met weinig koshere inhoud het vliegtuig in smokkelen. Wij hadden met drie kwartier geluk. Maar bedenk dan maar dat het voor uw eigen veiligheid is.

Reacties

Lea & Judith Verscharen op 13-01-2008 17:41
hoe maak je Humus?
In 2001 ben ik naar Ashdod te Israël op vakantie geweest, daar at ik dagelijks van die overheerlijk en verrukkelijke humus die erg mooi wit uitzag !
Toen ik dat hier in Nederland maakte van de 500 gr gedroogde kikkererwten (eerst een nacht weken dan 45 minuten koken), 1/4 literolijfolie, 1 teentje knoflook , wat zout en sap van drie citroenen, smaakte het véél anders dan ik in Israël gewend was. Het zag helemaal niet wit maar wat geel/bruin uit !
Weet je precies hoe je de (witte) humus kan maken, zoja? Kun je me eventueel terugmailen !
Volgens mij maken ze daar in Israël dat met witte bonen in plaats van (gele/bruine) kikkererwten ofniet soms?
 
Met vriendelijke groeten,
 
Lea Verscharen
 
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl